Born to race

De Aston Martin DB4 is bij zijn introductie in 1958 een state-of-the-art Gran Turismo die conceptueel en technisch wezenlijk verschilt van zijn voorganger, de DB2-Mark III. Een stijlvolle sportieveling, met rondom schijfremmen. Maar het kan nog veel heftiger, besluit de oer-Britse fabrikant. Maak kennis met de zeldzame rappe DB 4 GT.

Door Rik Werner

De technische ontwikkelingen volgen elkaar in de jaren vijftig rap op. Niet alleen in de wereld van de productie-auto, maar juist ook in de wereld van de autosport. Aston Martin, van oudsher op beide fronten actief, besluit in 1956 tot de ontwikkeling van de opvolger van de langzaamaan op leeftijd gerakende DB2-Mark III. De gedachten gaan uit naar een Gran Turismo, waarmee de berijder middels hoge snelheden, maar tegelijkertijd uiterst gerieflijk, lange afstanden kan overbruggen. Die nieuwe ‘sports touring’ luistert naar de naam DB4 en ziet op de London Motor Show van 1958 het levenslicht. Kenners zijn enthousiast, want op alle fronten zet het nieuwe model zijn toch bepaald niet kinderachtige voorganger in de schaduw. Zo is het chassis, een ontwerp van Harold Beach, een extreem sterk stalen platform. De voorwielophanging bestaat uit driehoekige draagarmen, dwarsstabilisatoren in combinatie net schroefveren. Achter doet een starre achteras dienst, gekoppeld aan langsdraagarmen en een ‘Watts linkage’.

Touring of Milan
Vertragen doet de DB4 als de beste, met dank aan vier schijfremmen. Carrosseriebouwer Touring of Milan is verantwoordelijk voor het inmiddels iconische koetsontwerp. De voor die tijd erg moderne carrosserie wordt volgens het ‘Superleggera-systeem’ middels een aluminium panelen aan een stalen buizen frame verbonden. Het ziet er allemaal ronduit fantastisch uit, en ook binnenin is er niet veel te klagen. Vier mensen kunnen plaats nemen in de DB4, al moet je wel klein van stuk zijn om het op de achterbank langer dan een kwartier fatsoenlijk uit te houden. We zouden de DB4 dus eigenlijk als een full-size 2+2 kunnen typeren. De uit de DB2 afkomstige zescilinder motor, een uit lichtmetaal opgetrokken 3.670 cc blok, krijgt in de DB4 twee bovenliggende nokkenassen toebedeeld. Twee SU carburateurs staan verder borg voor meer dan voldoende ‘voeding’. De prestaties van de DB4 zijn geweldig en oogsten alom lof: het is mogelijk om binnen dertig seconden van stilstand naar 160 km/h te accelereren en de Aston vervolgens weer veilig tot stilstand te brengen. Het is in die tijd slechts weinig auto’s gegeven. 

Less is more
De toch al bepaald niet misselijke DB4 – om het zachtjes uit te drukken - inspireert de leiding van Aston Martin tot de ontwikkeling van een supersonische variant op het thema Gran Turismo, de DB4 GT. ‘Less is more’, zo moet ingenieur Harold Beach hebben gedacht bij de uitwerking van zijn ideeën, want op allerlei fronten is de GT een fors afgeslankte variant van de standaard DB4. De wielbasis wordt met 130 millimeter ingekort waarbij de achterbank (doorgaans) wordt opgeofferd en extra dun aluminium vormt de huid van het koetswerk. De ultra-light wielen worden betrokken bij Borrani, terwijl bumpers ontbreken. Alleen al deze maatregelen leveren een gewichtsbesparing van 86 kilogram op. De wielophanging en besturing blijven in de besparingsdrift vrijwel onaangeroerd. Verder uitkleden en afslanken zou mogelijk zijn geweest, maar de directie stelt zich op het lovenswaardige standpunt dat de veiligheid van de inzittenden boven alles gaat. Beach krijgt dus niet alle ruimte van de leiding. Zo zou de ontwerper, voor een nog stabieler weggedrag, graag een De Dion-achteras hebben gemonteerd onder de DB4 GT (en onder de DB4), maar die keuze wordt te kostbaar geacht. 

Mirakel
Het is vooral de motor die de DB4 GT tot een ware sensatie maakt. Of beter gezegd: motoren, want potentiele klanten krijgen de keuze tussen een 3.670 cc en – op speciale bestelling - een 3.750 cc krachtbron. Om extra power te genereren rusten de ingenieurs de DB4 GT uit met twee bougies per cilinder en drie dubbele Weber-carburateurs. Een aanpassing aan de cilinderkop maakt een compressie van 9:1 mogelijk. Het resultaat van dit alles? Een vermogen van 302 pk en een topsnelheid van 246 km/h. Voor die tijd waanzinnig, al presteert de Ferrari 250 GTO nog nét iets beter. De 100 km/h wordt stilstaand in iets meer dan zes tellen aangetikt. De London Motor Show van 1959 vormt het decor voor het publieksdebuut, exact een jaar na de geboorte van de DB4. Het oordeel van vriend en vijand is eensluidend: hier staat een uitzonderlijke auto. Dat is niet overdreven, want niemand minder dan topcoureur Stirling Moss bezorgt een prototype van de DB4 GT het officiële wedstrijddebuut. Dat is er trouwens meteen eentje om in gouden letters in de annalen bij te schrijven; Moss schiet 2 mei 1959 tijdens the Daily Express Trophy op Silverstone prompt als eerste onder het zwart/wit geblokt door. Vette krantenkoppen doen vervolgens de rest. Het kan in het Verenigd Koninkrijk niemand zijn ontgaan dat Aston Martin iets magisch heeft gecreëerd. A car, born to race.

Eenmalig
De status van de Aston Martin DB4 GT is door de jaren heen ‘sky high’ gegaan en dat is natuurlijk mede te danken aan het feit dat er slechts 75 stuks zijn gebouwd en dat met name celebraties zich in een GT konden verplaatsen. Bij veilingen schieten de prijzen van exquise exemplaren inmiddels met speels gemak door de één miljoen barrière. Hoe legendarisch de status van de DB4 GT inmiddels is, blijkt wel uit de opwinding die in 2016 ontstaat wanneer Aston Martin Works bekend maakt eenmalig nog eens 25 exemplaren van de DB4 GT te gaan maken. In het derde kwartaal van 2017 komen de eerste exemplaren gereed, en mogen weg voor 1,8 miljoen euro per stuk. Verwacht ‘m niet op de openbare weg tegen te gaan komen: ze zijn alleen gehomologeerd voor circuitgebruik. En dat maakt van deze ‘new born’ DB4 GT bij voorbaat een klassieker van de toekomst.

Technische gegevens: Aston Martin DB4 GT (1959-1963)
Motor:          6 cilinder in lijn, 3.670 ccBoring x slag: 92 x 92 mm
Vermogen:    302 pk/6.000 t/min
Topsnelheid: 246 km/h 
Lxbxh:          435 x 168 x 132