Oereend

“Weet waar je aan begint”, waren de waarschuwende woorden van zijn vader. Maar Ruud Haverkort begon in 2012 toch zijn eigen schadeherstelbedrijf in Den Ham.  Zijn vader kon het weten: hij is plaatwerker. Hij vond dat zijn zoon, als hij dan toch iets met auto’s wilde gaan doen, automonteur moest worden  Maar schades herstellen geeft Ruud veel meer voldoening dan het sleutelen alleen. Daarnaast restaureert Ruud af en toe een auto voor een klant, of voor zichzelf.

Door Jan-Erik Plettenburg

Dat Ruud Haverkort iets met auto’s wilde gaan doen was wel duidelijk. Als kind was hij in de garage achter het ouderlijk huis te vinden als zijn vader er aan klussen was. Elk jaar voor de vakantie kocht vader Haverkort een oude Mercedes-Benz, die hij dan opknapte. Na de vakante werd de auto weer verkocht.  De liefde voor Citroëns komt door Kim, de vrouw van Ruud. Zij vindt een DS mooi en dus kocht Ruud er een.  Hij schrok van de prijzen van vervangend plaatwerk en bracht daarom de portieren en spatborden naar een straalbedrijf. Die belden: “Hoever moeten we gaan? We houden niets over…” De DS staat er na noeste arbeid weer als nieuw bij. De 2cv zag Ruud Haverkort in 2015 staan bij een handelaar in schadeauto’s. De auto had een deuk aan de achterkant. Ruud vond het wel een grappige auto en het herstellen van de schade was voor hem geen enkel probleem. Maar de auto bleef onaangeroerd in de werkplaats staan. Het gewone werk slokte alle tijd op, tot een vriend van Ruud riep dat hij de 2cv graag als trouwauto wilde gebruiken.  Dat was het startsein om de schade te herstellen. Groot was de schrik bij de eerste rit. Schokkend ging de auto de bochten door, maar dat bleek zo te horen. Deze 2cv heeft nog geen homokinetische kruiskoppelingen in de aandrijfassen.

Raadsel

De 2cv van Ruud Haverkort is een AZ uit 1955 met een roldak dat doorloopt tot net boven de achterbumper. Wie in de bagageruimte wil zijn, moet of via de achterportieren over de rugleuning van de bank achterin zien te komen of het dak aan de achterzijde een stukje oprollen. De Belgen vonden dat maar onhandig. In Vorst bij Brussel werd sinds 1952 de 2cv geassembleerd voor de Belgische én Nederlandse markt. De Belgen veranderden en verbeterden de 2cv op diverse vlakken en in 1954 bedachten ze in Vorst de metalen kofferklep. Er waren al wel kofferdeksels al dan niet met uitbouw leverbaar voor de 2cv via de accessoirehandel, maar nu kon de auto ook standaard geleverd worden met een kofferklep, zij het aanvankelijk alleen op het luxe model. De Fransen namen de metalen kofferklep over: in september 1957 werden ook de Franse modellen uitgerust met een metalen kofferklep. Wat bleef tot einde productie in 1990, waren de metalen beugeltjes waarachter het roldak gehaakt moest worden. Keurig gepuntlast op het achterpaneel boven de achterlichten. Waarom de overbodig geworden beugeltjes zijn gebleven, is een tot nu toe onopgehelderd raadsel.

Details

Oppervlakkig gezien is de 2cv van 1948 tot einde productie op 27 juni 1990 hetzelfde gebleven, maar  de 2cv van Ruud Haverkort heeft nog tal van kenmerken die latere modellen niet meer hebben. Met zijn bouwjaar 1955 is het een heel vroege 2cv, een oereend. Zo heeft de auto van Ruud nog een ribbelkap. Dat type motorkap werd in december 1960 vervangen door een kap met vijf nerven, die veel makkelijker stapelbaar is: 27 nervenkappen nemen evenveel plaats in als 9 ribbelkappen. Deze 2cv heeft ook zogenoemde batteurs en frotteurs, de vertragingsschokbrekers en wrijvingsdempers. De batteurs zijn de met olie gevulde kokers bij de wielen waarin een gewicht van 2,5 kilo door zijn massatraagheid te snelle wieluitslagen dempt. Latere 2cv’s kregen ‘gewone’ schokdempers. De wrijvingsdempers -later nastelbaar-  op de draagarmen bleven tot einde productie. Ook heeft de 2cv van Ruud nog de snelheidsmeter  gecombineerd met een kilometerteller die ook de ruitenwissers aandrijft. Bij stilstand stoppen de wissers, maar ze zijn met de hand te bedienen. In 1963 kreeg de 2cv elektrische ruitenwissers en een echte benzinemeter, die de peilstok verving. Zo zijn er tal van detailwijzigingen door de jaren heen doorgevoerd.

Wat vindt de taxateur ervan?

“Simpel, maar zo doordacht. Mooi om al die details te zien. De auto van Ruud Haverkort is net niet in showroomstaat. Je kunt  zien dat de auto al wat langer geleden gerestaureerd is. Bovendien heeft de auto lichte gebruikssporen. Dat maakt dat de auto tussen staat 1 en staat 2 uitkomt, hetgeen een taxatiewaarde van  € 17.000 betekent. Een 2cv mag dan een simpele auto zijn, de koets repareren en spuiten zijn arbeidsintensieve klussen. Dat maakt restaureren kostbaar en omdat de 2cv -nog steeds- een populaire klassieker is, zie je dat terug in de vraagprijzen, maar ook in de waardes van de 2cv.”