Formule 1 iconen: James Hunt & McLaren-Ford M23D


In de Formule 1 zijn twee titels te behalen: het wereldkampioenschap voor coureurs en
constructeurs. In de serie ‘Formule 1 iconen’ is de auto de ster. We gaan terug naar 1976.

James Hunt & McLaren-Ford M23D


Door Rik Werner

Sex, drugs and rock & roll. De hitsong van Ian Dury & the Blockheads uit de seventies had zomaar het lijflied kunnen zijn van James Simon Wallis Hunt (29 augustus 1947 – 15 juni 1993). De Brit met de lange blonde manen en de eeuwige grijns – immer omringd door blond vrouwelijk schoon - had meer weg van een popidool dan van een autocoureur. In rafelige korte broek op de golfbaan, met sportschoenen onder een smoking of een prijsuitreiking bijwonen in een T-shirt, het hoorde bij de idoolvorming van de onverschrokken coureur-playboy die in 1976 met de inmiddels vier jaar oude McLaren-Ford M23 met één punt verschil wereldkampioen werd. Hunt ‘the shunt’ zoals hij door de Britse pers werd genoemd vanwege zijn wilde optredens in promotieklassen zoals de Formule Ford en de Formule 3 was – als hij zijn dag had – van absolute wereldklasse, bij vlagen geniaal. Ook als F1 tv-commentator voor de BBC trouwens, na zijn pensionering in 1979.


Lord Hesketh


James Hunt, zoon van een makelaar in effecten, is in zijn schooltijd bepaald geen licht. “Ik voerde net genoeg uit om thuis geen ruzie te krijgen”, vertelt hij in een interview. Na de middelbare school schrijven pa en ma Hunt James in voor een studie medicijnen, maar de autosport lonkt. Hij neemt baantjes als wegwerker en portier aan om met een Mini te kunnen racen. Eind jaren zestig en begin jaren zeventig doorloopt hij de destijds gebruikelijke route van de Formule Ford via de Formule 3 en 2 naar de hoogste klasse. Zijn optreden wekken nogal eens opschudding. Hunt hanteert zijn vuisten tegenover andere rijders of maakt officials hardhandig duidelijk dat hij het niet eens is met hun beslissingen. De bijnaam James Shunt is geboren en die blijft nog wel eventjes hangen. Het Formule 1-debuut volgt in het voorjaar van 1973 in Monaco, wanneer de Engelsman kans ziet een derde privé ingezette March te bemachtigen, tot ongenoegen van de teambaas van het officiële March-team, Max Mosley (de latere FIA-voorzitter). Hunt kwalificeert zich keurig als achttiende in de March 731 en ziet gedurende de race kans op te klimmen tot aan de negende plaats. Een kapotte motor gooit vijf ronden voor het einde roet in het eten, maar hij wordt nog als negende geklasseerd. De puissant rijke, corpulente Lord Hesketh heeft genoeg gezien, trekt ruimhartig de portemonnee en zet vanaf de Grand Prix van Frankrijk een maagdelijk witte Hesketh-March in voor Hunt, naast de auto’s van het fabrieksteam. De combinatie Hesketh en Hunt heeft direct chemie en presteert beter dan het fabrieksteam: bij het eerste optreden in Paul Ricard eindigt Hunt prompt als zesde, gevolgd door een vierde plaats op Silverstone en zelfs een derde op Zandvoort. Het slotakkoord op Watkins Glen is ronduit glorieus met een tweede plek aan de eindstreep, al moet daarbij worden aangetekend dat topteam Tyrrell zondag haar beide auto’s in de garage houdt na het dodelijke drama met François Cevert in de kwalificatie. Bijzonder: 1973 is niet alleen het jaar van de doorbraak van Hunt in de Formule 1. In datzelfde jaar ziet de McLaren M23 het levenslicht, een modern ontwerp van Gordon Coppuck en John Barnard. De strak gelijnde auto, uitgerust met een Ford-Cosworth V8, is bij het debuut in Zuid-Afrika meteen goed voor pole-position in handen van veteraan Denis Hulme. Hij en teamgenoot Peter Revson zijn dat jaar samen goed voor drie overwinningen met de M23. Terwijl Hunt in 1974 in dienst blijft bij de Britse Lord, die nu een door Harvey Postlethwaite ontworpen Hesketh 308 voor zijn protegé inzet, beleeft de McLaren M23 haar eerste gloriejaar. Hulme wint de seizoensouverture in Argentinië, terwijl de van Lotus overgekomen Braziliaan Emerson Fittipaldi dankzij zeges in Brazilië, België en Canada de M23 haar eerste rijderswereldtitel schenkt. McLaren wint bovendien de constructeurstitel. En Hunt? Die trekt met zijn Hesketh de aandacht met drie voortreffelijke derde plaatsen in Zweden, Oostenrijk en Amerika, terwijl de vierde plaats in een ronduit chaotische race in Canada zeker niet onvermeld mag blijven. Het eerste echte succes voor Hunt komt in ’75 op Zandvoort, waarin hij in een half-natte race Niki Lauda’s technisch superieure Ferrari 312T voor blijft. Het is de enige zege van Hunt met Hesketh. Na afloop van het seizoen zijn Heskeths financiële middelen uitgeput en dreigt werkeloosheid. Door puur toeval, Fittipaldi verlaat te elfder ure McLaren voor de Braziliaanse renstal van zijn broer, komt er een plaatsje vrij bij de zwaar door Marlboro ondersteunde renstal van Teddy Mayer en Gordon Coppuck. Hunt is de koning re rijk en krijgt in ’76 de beschikking over een herziene versie van de beproefde M23, die met lichte aanpassingen alweer zijn vierde seizoen ingaat. Al in ’75 debuteert een zesbak – een absolute noviteit – voor het nieuwe seizoen krijgen onder meer de oliekoelers en het bodywork een lichte update.


Heer en meester

Alle inspanningen ten spijt lijkt een wereldtitel voor het kersverse tandem Hunt-McLaren (de Duitser Jochen Mass bestuurt de tweede auto) in het voorjaar van ’76 ver weg. Wereldkampioen Niki Lauda regeert aanvankelijk met straffe hand. Pas tijdens de vierde race van het seizoen, in het Spaanse Jarama, verslaat Hunt een (door een tractorongeval) licht geblesseerde Lauda. Na de race wordt de McLaren aanvankelijk gediskwalificeerd wegens overschrijding van de maximale wagenbreedte, maar om ietwat onduidelijke redenen komt de FIA naderhand (na een protest van McLaren) op die beslissing terug. In België en Monaco voorkomt technisch malheur (respectievelijk motor en versnellingsbak) aansprekende resultaten. Op Paul Ricard is Hunt echter heer en meester en ook op Brands Hatch staat geen maat op Hunt, maar uitgerekend in Engeland valt hij weer ten prooi aan een diskwalificatie. Niet omdat zijn auto niet deugt, de Brit had na een startcrash simpelweg niet met de reservewagen aan de start mogen verschijnen volgens de reglementen. Lauda lijkt hard op weg naar titelprolongatie, maar een zware crash op de Nurburging dwarsboomt die ambitie. Terwijl de Oostenrijker in het ziekenhuis voor zijn leven vecht, zegeviert Hunt onaangevochten na de herstart op de Nordschleife. Een vierde plaats in Oostenrijk en een zege op Zandvoort brengen Hunt terug op titelkoers. Lauda keert op Monza, zes weken na zijn bijna fatale brandongeval, terug met een ronduit heroïsche vierde plaats (Hunt valt uit), maar nadien is ‘the Shunt’ de bovenliggende partij. De rood/witte McLaren met startnummer 11 is niet te stoppen op Mosport en in Watkins Glen. Wanneer Lauda bij de seizoensfinale op een drijfnat Fuji na een ronde vrijwillig uitstapt, heeft Hunt aan een derde plaats genoeg voor zijn eerste en enige wereldtitel. Die overigens na een heuse thriller pas in de voorlaatste raceronde tot stand komt! Kenners zijn het er wel over eens: de titel van Hunt is op zichzelf verdiend, met zes zeges en bij tijd en wijle geniale optredens, maar het is de terugkeer van de gebrandmerkte Lauda die feitelijk alle aandacht en waardering opeist.


Wolf


James Hunt blijft na zijn kampioenschap nog twee jaar bij McLaren. Hij wint met de nieuwe M26 nog drie wedstrijden in 1977, maar het heilige vuur is eruit. In 1979 start hij voor het team van de Canadese oliemiljonair Walter Wolf. Na zeven races in de anonimiteit geeft Hunt er na de Grand Prix van Monaco de brui aan. Ontevreden en met harde kritiek op het team verlaat hij de stal. De race waar het in 1973 allemaal begon, fungeert dus ook als eindstation. De Fin Keke Rosberg neemt het stuurtje over. In het Spaanse Marbella vermaakt hij zich vervolgens met golf, tennis en squash. Zijn privéleven en scheiding van zijn eerste vrouw Suzy, die vervolgens met Richard Burton trouwt, leveren regelmatig roddels op. In 1980 wordt Hunt fulltime tv-commentator bij de BBC. Zijn rustige stem staat in schril contrast met de opgewonden manier waarop Murray Walker de races verslaat. James is de deskundige die incidenten in perspectief zet of van mijlenver ziet aankomen dat er met een auto iets mis is… of gaat. Samen vormen zij tot aan de zomer van 1993 een ideaal en gewaardeerd commentaarduo. Hunt overlijdt na de GP van Canada in ’93 op zijn hotelkamer, aan de gevolgen van een hartaanval. Hij is pas 45 jaar oud.