Klassieke concepten: Fiat Ritmo

Italiaanse Golf met opvallende snoet


Sommige van ons zullen zich nog wel de tv-campagne ‘Handbuilt by Robots’ voor de Fiat Ritmo herinneren. De grootste innovatie bij dat model was immers dat Fiat samen met een dochteronderneming speciaal voor deze auto het ’Robogate’ systeem had ontwikkeld dat de hele assemblage en het laswerk van de carrosserie automatiseerde. Alleen jammer dat de robots geen beter plaatstaal kregen om mee te werken… in de volksmond werd de Ritmo al snel de ‘Rotmo’ en er zijn afgezien van wat Abarths en cabriolets dan ook bijzonder weinig exemplaren overgebleven van de ooit alomtegenwoordige middenklasser met het opvallende design. 


In 1972 was Fiat begonnen met het werken aan de opvolger van de populaire 128, die in 1969 één van de voortrekkers was van de tegenwoordig bij kleine en middelgrote auto’s vrijwel uitsluitend toegepaste bouwwijze met een dwars geplaatste motor en voorwielaandrijving (zelfs BMW is onlangs overstag gegaan met de introductie van de nieuwste 1-serie). Die 128 bood sportieve rijeigenschappen en veel binnenruimte op een relatief bescheiden lengte van 385 centimeter, maar één ding had hij niet: een schuine achterkant met een grote laadklep. Met de introductie van de Volkswagen Golf in 1974 werd de hatchback al snel de standaard in de compacte middenklasse en de nieuwe Fiat zou logischerwijs hetzelfde format krijgen. Daarmee werd het een early adopter, want GM (Opel Kadett, 1979) en Ford (Escort Mk3, 1980) volgden pas later.


Aerodynamica
In 1974 kreeg het project ‘X1/38’ officieel groen licht. Doel was het creëren van een auto in het C-segment (ruim een kwart van de Europese markt) die een compromisloze styling, een laag verbruik door een gunstige stroomlijn en een constante kwaliteit door superieure productietechnologie zou verenigen. De eerste ontwerptekeningen lieten een auto zien die voortborduurde op de 128, met als oogmerk het creëren van een herkenbare Fiat-identiteit samen met de in 1975 gelanceerde 131 Mirafiori. Midden in de ontwerpfase werd de beslissing genomen om de nieuwe auto niet een voortzetting van bestaande ontwerpen te laten zijn maar juist een nieuw begin. Het werd dus een hatchback met vooruitstrevende stylingdetails. Het winnende ontwerp had grote kunststof schildbumpers: de voorbumper combineerde de functies van bumper, spoiler en grille in één onderdeel, waarbij de uitsparingen voor de ronde koplampen voor de helft in de bumper en de andere in de motorkap waren opgenomen. Om de luchtweerstand te verkleinen, werden de luchtopeningen aan de voorkant zo klein mogelijk gehouden en kreeg de auto een groot, net als de luchtsleuven in de grille asymmetrisch geplaatst, luchtrooster vrij ver naar achteren op de motorkap. Vanaf het begin van de ontwerpfase werd gebruik gemaakt van een windtunnel en een model van het uiteindelijke ontwerp bleek een Cw-waarde van 0,33 te hebben (bij de productiemodellen met dingetjes zoals buitenspiegels werd dat 0,38) – wat in die jaren meer dan uitstekend was. De scherpe lijnen van de basisvorm contrasteerden mooi met ronde details als de deurgrepen en de koplampen. Ook het ontwerp van de stalen wielen – een gesloten vorm met daarin vier aan de binnenzijde afgeronde, donker gekleurde rechthoeken – was bijzonder.


Karakter
Ook in het interieur werd een voorschot genomen op de jaren tachtig met veel kunststof (de deurpanelen bestonden uit één stuk polyurethaanschuim zonder een met stof of kunstleer beklede inzet) en moderne grafische vormgeving van het instrumentarium. Technisch was de Ritmo (‘ritme’ in het Italiaans, in Engelssprekende landen werd de auto echter als Fiat Strada op de markt gebracht) goeddeels gebaseerd op zijn voorganger. Er was in eerste instantie keuze uit een 1,1 liter motor met 60 pk, een 1,3 liter met 65 pk en een 1,5 met 75 pk in de uitrustingsniveaus C en CL. Nieuw was de mogelijkheid van een drietraps automaat die werd ingekocht bij Volkswagen, en op de CL-modellen kon je in plaats van de standaard vierversnellingsbak opteren voor een exemplaar met vijf versnellingen. In 1982 kreeg de Ritmo een facelift met weer een ‘normale’ grille, koplampen die boven de bumper waren geplaatst, een motorkap zonder luchtinlaat en achterlichten die los van de bumper waren gemonteerd, waardoor het oorspronkelijke, eigenwijze karakter goeddeels verloren ging. Wel werd de auto 70 kg lichter en was de wielophanging verbeterd; tevens verhuisde het reservewiel van de motorruimte naar achteren. In 1985 volgde nog een derde serie met weer andere bumpers en kunststof panelen op de portieren, maar tegen die tijd was het model mede door een groeiende reputatie voor roest en mindere betrouwbaarheid – ook robots zijn kennelijk niet feilloos - langzaam maar zeker op weg naar de uitgang. Begin 1988 stopte de productie: de opvolger werd de al net zo opvallende Tipo, die qua stijl aansloot op de populaire, kleinere Uno.